
Op kleigrond zoals bij ons in West-Zeeuws-Vlaanderen komen gemiddeld minder paddenstoelen voor dan op zandgrond. Maar met z’n 15-en kwamen we toch aan ongeveer 40 verschillende soorten. Waren we een paar weken eerder op stap gegaan, dan was de ‘oogst’ na de gortdroge zomer waarschijnlijk kleiner geweest.
Ver hebben we niet gelopen, maar eenmaal speurend tussen het gras, de struiken en de bomen, zag je op een paar vierkante meter al gauw verschillende soorten paddenstoelen. Zowel op de grond als op dood of zelfs nog levend hout.

Dat we veel meer kleine dan grote paddenstoelen zagen lag waarschijnlijk ook aan die weersomstandigheden. De bekende vliegenzwam (‘rood-met-witte stippen’) hebben we niet gevonden. De allerkleinste paddenstoel die Ruud vond, was nog kleiner dan een speldeknop.
We hebben veel nieuwe en vaak fraaie namen gehoord, maar die onthouden valt niet mee. Ook blijkt de bekende identificatie-app (Obsidentify) niet zo heel goed in de juiste herkenning van paddenstoelen. Ruud had niet voor niks een paar handboeken meegenomen, al wist hij toch vrijwel alle soorten die we vonden zelf op naam te brengen.

Het was een erg leuke en leerzame boswandeling!
In het volgende nummer van het Duumpje-tijdschrift kunnen we een artikel lezen van Ruud over paddenstoelen in weer een heel andere omgeving waar je niet zo snel aan denkt: in de duinen. Het blijft een wondere wereld.

Wij zijn verheugd om u te mogen ontmoeten als lid van NBV-’t Duumpje. Wij hebben twee soorten lidmaatschappen; jeugdleden tot 16 jaar en gewoon lidmaatschap.